Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

De Amsterdamse wijk Vlooienburg, die ooit stond op de plek van het huidige Waterlooplein, was een diverse buurt waar veel migranten woonden. Om meer te weten te komen over de identiteit en religie van deze bewoners onderzocht archeoloog Marijn Stolk eeuwenoude beerputten, die allerlei afgedankte huisraad bevatten – van kookwaar tot speelgoed en kledingfragmenten. Op 21 december verdedigt ze haar proefschrift.

Vlooienburg in 1680 (reconstructie door het 4D Research Lab)

Waar nu het Amsterdamse stadhuis en muziektheater staat, de Stopera, was ooit de levendige woonwijk Vlooienburg: het hart van Joods Amsterdam. De buurt werd vanaf 1595 aangelegd op een kunstmatig eiland dat was aangeplempt in een bocht van de Amstel, vertelt Marijn Stolk. ‘In die tijd groeide de bevolking van Amsterdam snel, onder meer door migratie vanuit de Zuidelijke Nederlanden en andere delen van Europa. Vlooienburg werd gebouwd om aan de grote woningnood tegemoet te komen. Het werd een plek waar mensen van veel verschillende achtergronden en nationaliteiten samenleefden.’

Onder de bewoners van de wijk waren veel Portugese Joden, en Joden uit Antwerpen die op de vlucht waren voor de Spaanse Inquisitie. Daarnaast vestigden zich er veel arbeidsmigranten uit onder andere Scandinavië en Italië. Hoe leefden deze mensen, hoe kwamen ze op Vlooienburg terecht, en in hoeverre droegen ze hun culturele en religieuze identiteit uit? Om daar meer over te weten te komen, onderzocht Stolk huisvuil uit 100 beerputten – een soort overkapte afvalputten die vaak nabij het huis of verder op het erf waren gelegen en ook dienstdeden als toilet.

Sjabbatlampen en kosjerloodjes

De beerputten bevatten allerlei aardewerk, maar ook bijvoorbeeld kinderspeelgoed en textiel. Alledaagse objecten dus, die een interessant inkijkje bieden in het leven van de bewoners van Vlooienburg.

Onderdelen van sjabbatlampen die werden opgegraven uit de beerputten

Zo ontdekte de promovendus bijvoorbeeld dat in de eerste periode waarin Portugese Joden zich op Vlooienburg vestigden, hun Joodse identiteit nog niet terug te zien is in hun huisraad. Pas in de loop van de 17e eeuw verschenen er objecten die verwijzen naar het Joodse geloof, zoals sjabbatlampen en kosjerloodjes (stukjes lood die werden gebruikt om kosjer vlees te waarmerken), vertelt Stolk. ‘Dat suggereert dat de Portugese Joden in die eerste periode hun Joodse identiteit mogelijk meer verborgen hielden, en deze pas na verloop van tijd weer gingen uitdragen. Vermoedelijk had dat te maken met het feit dat ze lang op plekken hadden geleefd waar hun godsdienst verboden was.’

Meso-Amerikaans aardewerk

Behalve dat de gevonden objecten het verleden heel persoonlijk maken – denk bijvoorbeeld aan een miniatuur-serviesje voor kinderen – was de promovendus ook verrast door de kwaliteit en diversiteit van de materialen die ze aantrof. ‘In een van de beerputten vond ik bijvoorbeeld fragmenten van Meso-Amerikaans aardewerk; zoiets was nog nooit eerder in ons land opgegraven. Ook trof ik prachtige textiel aan, soms met zilverdraad geborduurd. Die vondsten benadrukken het internationale karakter van de wijk.’

Fragment van Portugees miniatuur-servies voor kinderen

Wat de archeoloog ook opviel, waren de grote verschillen in de hoeveelheid huisraad die migranten uit eigen land hadden meegenomen. ‘De Portugese Joden waren vaak welgestelde kooplieden die per schip naar Amsterdam reisden; daardoor konden ze relatief veel spullen meenemen. In hun beerputten trof ik bijvoorbeeld Portugees kookaardewerk en pispotten aan die uit Portugal moeten zijn meegebracht. Maar van de Asjkenazische Joden in de wijk, die halverwege de 17e eeuw over land vanuit Oost-Europa naar Amsterdam zijn gevlucht, heb ik veel minder persoonlijke bezittingen teruggevonden. En ook de Scandinavische arbeidsmigranten die op Vlooienburg woonden, waren waarschijnlijk niet in de gelegenheid veel spullen mee te nemen van thuis.’

Ander beeld van de ‘Gouden Eeuw’

De resultaten van het onderzoek bieden een nieuw perspectief op het traditionele beeld van de zeventiende eeuw, stelt de promovendus. ‘Het beeld dat uit mijn onderzoek naar voren komt, is niet dat van de ‘Hollandse Gouden Eeuw’ die we kennen uit geschiedenisboeken. Vlooienburg was een heel diverse wijk, waar mensen uit verschillende culturen samenleefden – vaak ook binnen hetzelfde huishouden. Migranten uit verschillende delen van de wereld brachten hun eigen religie, gebruiken en cultuur mee, en hebben ons erfgoed mede gevormd. En ook economisch leverde die diversiteit veel op: Portugese Joden namen bijvoorbeeld uitgebreide handelsnetwerken mee naar Amsterdam. Vierhonderd jaar geleden kenden sommige delen van Amsterdam dus al een gemengde, multiculturele gemeenschap, die meer aandacht verdient in de geschiedenis van de stad. De archeologie van Vlooienburg maakt dit verleden persoonlijk en tastbaar.'

M. (Marijn) Stolk MA

Faculteit der Geesteswetenschappen

Capaciteitsgroep Archeologie