Amsterdam Centre for Ancient Studies and Archaeology

In Memoriam Prof. Dr. Jaap M. Hemelrijk (1925–2018)

7 juni 2018

Op vrijdag 1 juni j.l. is Jaap Hemelrijk op 92-jarige leeftijd overleden. Hij was gedurende twintig jaar hoogleraar Klassieke Archeologie en Kunstgeschiedenis van de Oudheid aan de Universiteit van Amsterdam. In deze tijd was het nog gewoon dat de hoogleraar tevens directeur van het Allard Pierson Museum was, het archeologisch museum van de UvA. Hemelrijk was een uitstekend docent en museumdirecteur, gedreven door grote energie en enthousiasme.

Na zijn studie klassieke talen met Grieks als hoofdvak aan de UvA begon hij als leraar aan het Libanon Lyceum in Rotterdam. Vele oud-leerlingen die van hem les kregen spreken nog steeds over zijn enthousiasme en bewondering voor de literatuur en cultuur van de oude Grieken die hij op hen wist over te brengen. Intussen werkte hij aan zijn proefschrift, 'De Caeretaanse hydriae'. Al in 1956 vond de promotie bij Emily Haspels aan de UvA plaats. Van 1963 tot 1966 doceerde hij klassieke talen aan de Universiteit van Groningen. Daarnaast werkte hij het materiaal uit voor het omvangrijke boek, 'The Highlands of Phrygia. Sites and Monuments'dat onder de naam van zijn promotor in 1971 zou verschijnen. Hemelrijk reisde een half jaar door het oude Phrygia, het centrale deel van Anatolië om de monumenten te beschrijven. Zijn aandeel in de uiteindelijke publicatie is groot.

In 1966 jaar werd Hemelrijk tot Haspels’ opvolger benoemd aan de UvA. Tijdens zijn colleges over Griekse kunst liet hij zijn enthousiasme op onnavolgbare wijze de vrije loop. Deze colleges oogstten grote bewondering van de studenten kunstgeschiedenis, archeologie en klassieke talen. Door zijn charismatische persoonlijkheid wist hij een grote groep studenten voor het vak klassieke archeologie te interesseren en aan hem te binden. De vakgroep bloeide en vele promoties onder zijn leiding volgden. Door Hemelrijks grote liefde voor Grieks aardewerk ontstond de zogenaamde ‘School van Amsterdamse pottenkijkers' aan de UvA, die internationaal bekendheid heeft gekregen. Hij besteedde zeer veel tijd aan het nauwkeurig nakijken van de manuscripten van dissertaties en scripties van zijn promovendi en studenten. Door de tijdrovende aandacht voor studenten en promovendi was er nauwelijks tijd over voor het produceren van eigen boeken, maar wel voor het schrijven van een kleine honderd artikelen – vaak populariserend – en het recenseren van andermans werk. Zijn belangrijkste publicaties zijn: 'Caeretan Hydriae', uitgegeven in de Internationaal belangrijke 'Kerameus Seriein' 1984, het eerste deel van het 'Corpus Vasorum Antiquorum' van het Allard Pierson Museum in 1988 en 'More about Caeretan Hydriae. Addenda et Clarificanda', als 17dedeel van de 'Allard Pierson Serieen' verschenen in 2009, dus toen Hemelrijk al 84 was. Na zijn emeritaat kon hij natuurlijk niet stil zitten. Hij gaf talloze lezingen en schreef vele artikelen en recensies. Gedurende een decennium schreef hij elke twee maanden een artikel over het werk van de Atheense vazenschilder Makron in Amphora, het blad van de Vereniging Vrienden van het Gymnasium. Het zijn vlot geschreven, vaak humoristische verhalen geschreven in de puur Hemelrijkiaanse stijl. Ze geven veel informatie over de vazenschilderkunst, mythologie en het leven en denken van de Atheners omstreeks 500 voor Chr. De 60 artikelen zijn gebundeld en rijk geïllustreerd uitgegeven in twee delen onder de titel, 'Makron en zijn makkers. Vaasschilders in Athene 525–475 v. Chr.' (Wanneperveen 2009, 2014). 

Zoals gezegd bestond de aanstelling van Hemelrijk niet alleen uit het hoogleraarschap maar ook uit het directeurschap van het Allard Pierson Museum. Deze constructie van dubbele functie heeft voortbestaan tot het emeritaat van zijn opvolger. Daarna werden de functies losgekoppeld. Het grootste wapenfeit van Hemelrijk als directeur van het Allard Pierson Museum kan de verhuizing genoemd worden van het oude museum op de hoek van de Sarphatistraat / Roetersstraat naar het centrum van de stad. Sinds de oprichting van het museum in 1934 was de (studie)collectie tijdelijk ondergebracht in een oud schoolgebouw. Dankzij het energieke optreden van Hemelrijk werd de verhuizing van de collectie naar het monumentale pand aan de Oude Turfmarkt in 1976 een feit. De totaal nieuwe inrichting in het Neoclassicistische gebouw was in die tijd opzienbarend. Er konden vanaf toen grote tentoonstellingen georganiseerd worden. Hemelrijk leidde werkgroepen waarin studenten alle aspecten van het maken van een tentoonstelling konden leren. Het museum werd bekender en trok grotere aantallen bezoekers.

Daarnaast is het een verdienste van Hemelrijk om onmiddellijk het maatschappelijk belang van een vereniging van vrienden van het Allard Pierson Museum in te zien. Deze vereniging werd drie jaar na zijn aanstelling in 1969 al opgericht. Hij organiseerde zeer vele lezingen met lichtbeelden voor de vrienden in het museum en trad zelf vaak op, en met groot succes. Ook werd nam hij het initiatief om een vriendenblad twee of drie keer per jaar uit te geven. Het eerste nummer van het zogenaamde Mededelingenblad verscheen geheel in zwart-wit in 1970. Kort geleden is aflevering 118 uitgekomen, geheel in kleur.

Bij zijn emeritaat in 1986 werd Hemelrijk een afscheidsbundel aangeboden waarin velen van zijn studenten, promovendi en (internationale ) collega’s hem eren met een artikel. Een toepasselijker titel van het boek kon niet bedacht worden: ENTHOUSIASMOS. Ook werd bij deze gelegenheid de zilveren penning van de stad Amsterdam door de burgemeester aan Hemelrijk uitgereikt. Voor zijn verdiensten als museumdirecteur.

Jaap Hemelrijk is niet meer. Hij is van groot belang geweest als inspirator niet alleen van vele studenten en promovendi, maar zeker ook van de grote groep toehoorders van zijn lezingen bij wie hij de interesse voor de Griekse oudheid heeft gewekt.

Herman A. G. Brijder
zijn opvolger

Gepubliceerd door  ACASA